Veel Nederlanders twijfelen over beleggen

Sparen blijft de standaardkeuze van Nederlanders. Uit nieuw onderzoek van ING blijkt dat vier op de vijf Nederlanders niet beleggen, en de helft van hen is dat ook niet van plan. Twijfel, gebrek aan kennis en angst om geld te verliezen vormen de grootste drempels. Dit terwijl beleggen over het algemeen een hoger rendement oplevert, al is het wel belangrijk om te investeren voor de lange termijn. 

Sparen wint nog steeds
72 procent van de Nederlanders zet hun geld op een spaarrekening. Slechts 19 procent belegt. Dat verschil is groot, zeker omdat de spaarrente in de meeste gevallen lager ligt dan het langetermijnrendement van beleggingen. Toch voelt sparen voor de meeste mensen veiliger en vertrouwder. Het geld blijft zichtbaar, opvraagbaar en de opbrengst is heel voorspelbaar.

Kennis is de grootste drempel
Twee op de vijf Nederlanders zeggen te weinig kennis te hebben over beleggen. Een even grote groep is bang om geld te verliezen. Die twee zaken hangen sterk samen. Wie niet goed weet hoe beleggen werkt, ziet de risico’s vaak groter dan ze zijn en de mogelijkheden kleiner. 40 procent geeft aan onvoldoende vertrouwen in zichzelf te hebben als belegger.

Onzekerheid over het juiste moment
Zes op de tien Nederlanders die bang zijn om geld te verliezen, weten niet wanneer ze moeten kopen of verkopen. Vooral onder Generatie Z en Millennials speelt dat sterk. Wie nog weinig ervaring heeft met financiële markten, ziet beweging snel als risico. In de praktijk laten lange betalingsperiodes zien dat het instapmoment veel minder bepalend is dan het volhouden van een vaste lijn.

Beleggen voelt als gokken
Meer dan de helft van de Nederlanders (52 procent) ziet beleggen als een vorm van gokken. Dat beeld blijft hardnekkig, terwijl beleggen op de lange termijn met een gespreide portefeuille statistisch iets heel anders is dan een gok. Het verschil zit in tijd, spreiding en strategie. Dat verhaal komt nog niet bij iedereen aan.

Wie wel belegt, kiest voor spreiding
De groep die wél belegt, kiest vaak voor producten die spreiding mogelijk maken. Aandelen worden door de helft van de beleggers gebruikt (50 procent), beleggingsfondsen door 40 procent en indextrackers door 35 procent. Indextrackers zijn beleggingsproducten die de prestatie van een hele beursindex volgen, zoals de Nederlandse AEX. Daardoor zit het risico verspreid over veel verschillende bedrijven in plaats van één.

Vrouwen aarzelen vaker dan mannen
De twijfel speelt sterker bij vrouwen dan bij mannen. 40 procent van de vrouwen belegt, tegenover 50 procent van de mannen. Vrouwen geven vaker aan beleggen ingewikkeld te vinden, te weinig kennis te hebben en niet te weten hoe ze moeten beginnen. Ook de risico’s worden anders ingeschat: 42 procent van de vrouwen ziet de aandelenmarkt als een casino, tegenover 27 procent van de mannen.

Dat verschil is geen kwestie van durf, maar van vertrouwen en informatie. Vrouwen die wél beleggen, kiezen vaker voor een rustige strategie en houden hun beleggingen langer vast. Op de lange termijn blijkt dat vaak een sterke benadering. Kortom, je kan de stelling verdedigen dat vrouwen betere beleggers zijn dan mannen.

Veel Nederlanders kiezen voor sparen uit gewoonte, maar ook uit onzekerheid en gebrek aan kennis.  Dat hoeft ook niet automatisch de beste keuze te zijn. Zeker mensen die kunnen beleggen voor lange termijn kunnen met sparen er per saldo op achteruit gaan. Belangrijk is wel dat je goed weet waar je precies in gaat beleggen, geen stress krijgt als de investeringen (tijdelijk) in waarde afnemen en je voldoende financiële ruimte hebt voor dagelijkse en onvoorziene uitgaven. 

Meer weten of persoonlijk advies?

Persoonsgegevens
Vraag/opmerking

SCHULZ FD maakt gebruik van cookies op haar website Accepteren Meer informatie